DE OPLEIDINGSPRINCIPES VAN XENOPHON

1  Laat je paard jouw betrouwbare vriend zijn, maak hem niet tot je slaaf!

2  Schenk aan zijn opleiding net zoveel aandacht als je dat bij je eigen kind zou doen. Let er op en lichaam en geest van je paard zorgvuldig te ontwikkelen. Het paard dient   prestatievermogen en betrouwbaarheid te ontwikkelen. De vorming van zijn karakter is van bijzonder groot belang! Werk er vanaf zijn eerste dagen naartoe dat hij diepgaand vertrouwen in je heeft, je respecteert en je gehoorzaamt. Zorg dat je paard van mensen gaat houden.     

3  Zorg dat je paard plezier heeft en houdt in het werk en uit vrije wil naar jou luistert!

4  Ga aandachtig met hem om en toon respect voor zijn behoeftes!

5  Doe er alles aan dusdanig met je paard te communiceren dat hij kan begrijpen wat je van hem vraagt. Het paard moet jouw taal kunnen begrijpen. Beloning en straf zijn de enige middelen om hem op te voeden. Maar beloning verdient absoluut de voorkeur. Beloon elke prestatie en elke vooruitgang - bij voorkeur door hem even rust te geven of door het werk te beëindigen. 

6  Verveel je paard niet! Zorg voor afwisseling in het werk en biedt hem verschillende uitdagingen. Werk niet alleen in de rijbaan, train ook met hem in de natuur. 

7  Werk aan je eigen lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Streef naar een correcte en onafhankelijke zit, waardoor je bij elke oefening, in elk tempo en op elk terrein gecontroleerd de juiste hulpen kan geven. Je hand mag onder geen enkele omstandigheid jouw paard in de mond storen. Voed jezelf daarin op onder alle omstandigheden rustig te blijven en je eigen emoties te beheersen. Geef woede geen kans je de baas te worden!

8  Wees je er bewust van dat dressuuroefeningen geen kunstjes zijn, die je je paard met behulp van dwang en onnatuurlijke hulpmiddelen kan leren. Deze oefeningen zijn vormen van de natuurlijke imponerende zelfexpressie van het paard, welke hij in bepaalde stadia van opwinding uit zichzelf aan zijn soortgenoten laat zien. 

9  Je paard moet met vreugde kunnen werken en in zijn bewegingen en lichaamshouding moet geestdrift tot uiting komen. 

10  Probeer niet om je paard met een terug werkende teugel of door andere dwangmiddelen tot verzameling en oprichting te brengen. Rij hem beslist voorwaarts met licht aangenomen teugel en geef op het juiste moment na of geef je paard een losse teugel.  


(Aus: Klaus Widdra, Xenophon - Reitkunst, 2. Auflage, Schondorf 2007, S. 21)