De Knabstrupper



De Knabstrupper is een paardenras uit Denemarken en is genoemd naar het landgoed Knabstrup nabij de plaats Holbæk waar het ras oorspronkelijk werd gefokt als kleurvariant van de Frederiksborger. Al vanaf 1671 fokten de Denen gestippelde paarden, die alleen bestemd waren voor de adel. Het was belangrijk dat de paarden veel doorzettingsvermogen hadden en genoeg temperament om het zware werk van de Hoge School aan te kunnen.

 


De vacht is vaak gestippeld, in sommige gevallen egaal.Toegestane vachtkleuren zijn bruin, kastanje sneeuwvlok, bruin gevlekt deken, een paar vlekken, bruin sneeuwvlok, panterbont, bruine deken, roan, gestippeld grijs, schabrakbont few-spot, kastanje, zwart gevlekte deken, kastanje gevlekte deken, zwart luipaard, kastanje deken, zwarte sneeuwvlok, kastanje luipaad, zwarte deken en wit met vlekken onder de vacht. 

De Knabstrupper is een gespierd, compact gebouwd paard met een korte tot middellange sterke rug. De stokmaat is tussen de 1,52 tot 1,62 meter. De achterhand is gespierd met een licht hellende croupe met een typiserend geultje tot aan de staart. De hals is goed ontwikkeld en redelijk hoog aangezet. Het behang is fijn en zijde-achtig. De benen zijn kort, droog en sterk, de hoeven klein, hard en uitstekend gevormd. Hij heeft een licht bollend ramshoofd of een recht profiel, de neusgaten zijn groot, de oren klein en bewegelijk. De Knabstrupper heeft 'mensenogen' met een witte rand om de iris. Zijn kaaklijn is welgevormd en biedt voldoende ruimte om in te buigen. Aan alle lichaamsopeningen heeft hij roze/vleeskleurige vlekken. De bewegingen zijn trots en verheven. De Knabstrupper heeft een natuurlijke aanleg voor de verzameling en is uitermate geschikt voor de Hoge School oefeningen.   

"Een ieder kan al door de kleur op het eerste gezicht zien dat de Knabstrupper eigen is qua uiterlijk. Dat zijn interieur, dus zijn karakter, even eigen is krijgt men helaas vaak pas te laat in de gaten. Er wordt tussen de eigenaren van Knabstruppers erover gestreden  waar dat aan ligt, immers is elke Knabstrupper anders! Maar wel is men het erover eens nooit een zo bijzonder paard op stal te hebben gehad!

Ik wil u vertellen van mijn oude 'Prins'. Hij kende drie categorieën mensen:   
1) Mensen die hij mocht - voor hen deed hij alles en was hij het beste paard van de wereld.
2) Mensen die hem niet konden schelen - zij konden met hem omgaan, maar moesten zorgen  hem tot vriend te houden. Zij moesten bij hem wel uitkijken.
3) Mensen die hij niet mocht - zij liepen risico aangevallen te worden. Voor hen toonde hij zich als  levensgevaarlijk,  mensenmoordend  beest.
Alle drie de beschrijvingen zouden passen op precies hetzelfde paard naar gelang de situatie.  

Kijk je in de ogen van een kat zal deze vaak op je neer kijken. Kijk je in de ogen van een hond zal deze vaak tot je opkijken. Kijk je echter in de mensenogen van een Knabstrupper zul je ervaren elkaar direct op ooghoogte aan te kijken. Hieruit zou een partnerschap kunnen ontstaan zoals deze niet vaak tussen mens en paard voorkomt.  Maar als u het nalaat om uw autoriteit uit te oefenen dan zal de Knabstrupper meteen de leiding nemen - en daarmee komt u voor problemen te staan! Probeert u echter om de Knabstrupper te onderwerpen komt u daarmee voor nog veel grotere problemen te staan!

Knabstruppers kunnen als ze zich vervelen op de meest merkwaardige ideeën komen. Bijvoorbeeld kent de Knabstrupper ruin van een van mijn leerlingen geen groter plezier dan tijdens het poetsen met een voorbeen te hengelen naar de knieholte van de argeloze groom. En het lukt hem nagenoeg altijd om hem te laten struikelen.
Kunt u de Knabstrupper echter een taak, een levensinhoud bieden, dus slaagt u erin zijn interesse te wekken en hem een opgave toe te wijzen, dan zult u meemaken hoe hij zich met grote passie aan deze opgave zal wijden.  

Meer dan zijn kwaliteit of kleur was het dus zijn karakter, wat de Knabstrupper door de eeuwen heen zo gewild maakte. Diezelfde karaktereigenschappen kunnen hem ook nog heden ten dage een goede sport- of vrijetijdspartner laten zijn. Maar als eigenaar of ruiter moet u wel bereid zijn - zoals in elke relatie - met de eigen(aardig)heden van uw  partner te leven.
De Knabstrupper is in positieve als ook in negatieve zin een buitengewone zonderling. In de juiste handen komt hij zijn taken met lijf en ziel na - of nou in hoge school oefeningen  of als therapiepaard voor kinderen.  Echter kan hij evengoed genadeloos laten zien als hij leiding mist, zich -  ambitieus als hij is - ondergewaardeerd of te weinig uitgedaagd voelt."   

(Bent Branderup)   

      

Knabstruppers zijn intelligent, erg loyaal en trouw, leergierig, zachtaardig, sensibel maar gelaten. Bovendien zeer werkwillig en ambitieus, dit vraagt om voldoende tijd van hun eigenaar om met hun bezig te zijn. Ze zijn van gespierd uiterlijk, beschikken over een groot uithoudingsvermogen en veel temperament. En over een sterk karakter dat om een konsequente, eerlijke opleiding vraagt. Een onzekere, onervaren of inkonsequente ruiter zal daarom meestal niet goed met hun uit de voeten kunnen.   

 Knabstrupper veulen  "Aus der schützenden Hand"